Plantengroei in Turkije
Het centrale plateau vormt de toegang tot de steppen van Centraal-Azië. Behalve in het droge hart is er veel grasland. Tegen de flanken van uitgedoofde vulkanen, zoals de Kara Dağ en de Erciyas Dağı, waarvan de hogere hellingen vaak bebost zijn, komen steppen voor, evenals op de plateaus van Oost-Turkije tussen de gebergten, bijv. rond Erzurum en Kars. Op de hellingen van de Taurus en de Antitaurus komt in lente en zomer een weelderige grasgroei tot stand. Eeuwen van houthakken en grazen hebben de bossen uitgedund en teruggedrongen (van 70% tot 26% van de oppervlakte) en hebben zelfs hun samenstelling veranderd. Het aanhoudend grazen van geiten in de westelijke kustgebergten verklaart het daar overheersende struikgewas. De rijkste bossen van Turkije liggen in het noorden, op de noordelijke hellingen van het Pontisch Gebergte die de Zwarte Zee flankeren. Eiken en hazelaars hebben van het zeeniveau tot aan het rododendron struikgewas net onder de sneeuwlijn de overhand.